Variëteiten » Ras

Variëteiten

De Hollandse Herdershond is er in drie variëteiten, de kort-, lang- en ruwhaar.

Bijzonderheden voor de drie haarvariëteiten:

  • Korthaar
    Gewenst wordt een over het gehele lichaam vrij harde, niet te korte beharing met wollig onderhaar. Kraag, broek en staartveer moeten duidelijk zichtbaar zijn. Kleur: meer of minder duidelijk uitgesproken stroming op bruine ondergrond (goudgestroomd) of op grijze ondergrond (zilvergestroomd). Stroming doorlopend over het gehele lichaam, ook in kraag, broek en staartveer. Veel zwart dekhaar is ongewenst. Bij voorkeur zwart masker.
  • Langhaar
    Over het gehele lichaam lange, rechte, liggende, grof aanvoelende beharing zonder krul of golving, met wollig onderhaar. Hoofd, oren, voeten, evenals achterbenen beneden het spronggewricht kort en dicht behaard. De achterzijde van de voorbenen vertoont sterk ontwikkelde, naar onder in lengte afnemende beharing, de zogenaamde veer. Staart rondom overvloedig behaard. Geen franje aan de oren. Kleur: hiervoor geldt hetzelfde als voor de korthaar.
  • Ruwhaar
    Over het gehele lichaam wordt een dichte, harde, warrelige beharing gewenst met, behalve aan het hoofd, wollig dicht onderhaar. De pels moet goed gesloten zijn. Boven- en benedenlip flink behaard (zogenaamde snor en baard), niet zacht, goed afstaand en ru ge, afstaande wenkbrauwen. Het haar op de schedel en aan wangen en oren is minder sterk ontwikkeld. Staart rondom sterk behaard. Sterk ontwikkelde broek is gewenst. Kleur: blauwgrijs en peper- en zoutkleur, zilver- en goudgestroomd. De stroming komt bij de ruwhaar (in tegenstelling tot de andere variëteiten) in het bovenhaar minder duidelijk tot uitdrukking.

(tekst ontleend aan de NHC)